naar top

Een lokaal klimaatplan: zin of onzin?

Ons stadbestuur werkt samen met andere gemeenten uit Noord-West-Vlaanderen aan een nieuw klimaatplan 2030. Maar heeft zo’n lokaal klimaatplan eigenlijk wel zin? En waar moet een goed klimaatplan zich vooral op richten? Ontdek het in 16 vragen en antwoorden.

 

We willen zo veel mogelijk mensen en bedrijven betrekken bij de opmaak en de uitvoering van het nieuwe klimaatplan. Daarom kunnen de inwoners en bedrijfsleiders/zelfstandigen van Damme, Beernem, Blankenberge, Jabbeke, Knokke-Heist, Oostkamp, Torhout, Zedelgem en Zuienkerke tot eind januari 2021 een klimaatenquête invullen.

Je bent helemaal mee als je onze vragen en antwoorden leest.

 

  

Is de klimaatopwarming ook bij ons merkbaar?

De voorbije zomers lieten er al weinig twijfel over: het klimaat is ook in ons land al grondig veranderd. 2020 was het warmste jaar sinds de metingen.

Dit artikel  van VRT Nieuws bevat enkele opvallende vaststellingen.

Ook de gevolgen van de klimaatopwarming zijn steeds meer voelbaar. We krijgen bijvoorbeeld te maken met langdurige droogte, maar ook met overvloedige regenbuien waarmee de riolen geen weg weten.

Niet alleen de mate van opwarming heeft gevolgen maar ook het razendsnelle tempo waarmee dat gebeurt. Veel planten- en diersoorten kunnen niet vlug genoeg migreren naar gebieden die nog geschikte leefomstandigheden bieden en sterven uit.

Dus ja, het klimaat is bij ons al veranderd. Maar natuurlijk gaat het niet alleen over onszelf. We moeten rekening houden met de gevolgen over de hele wereld. Er zijn regio’s waar de opwarming harder toeslaat, de gevolgen erger en aanpassing moeilijker en/of onbetaalbaar. Is het niet cynisch dat de inwoners van de armste landen nauwelijks bijdragen tot het klimaatprobleem maar er wel het zwaarst door worden getroffen?

 

Onze regio ligt bij de Noordzeekust. Heeft de opwarming daardoor extra gevolgen?

De stijging van de zeespiegel aan onze kust is voorlopig nog relatief beperkt (minder dan 15 cm sinds 1950) maar versnelt wel. De Vlaamse overheid voert de maatregelen van het Vlaamse Masterplan Kustveiligheid uit om de kust tot minstens 2050 te beschermen. De stijging van de zeespiegel houdt echter nog eeuwen aan, zelfs als de temperatuur zou stabiliseren. De ijsmassa’s op Groenland en Antarctica smelten langzaam maar blijven dat wel lang doen en brengen zo een enorme hoeveelheid extra water in de oceanen. Een zeespiegel die vele meters hoger staat, is nog niet voor morgen maar we gaan er op langere termijn wel naartoe. Dat is niet bepaald een geruststellende gedachte voor de polders die nu al grotendeels lager liggen dan het peil van een stormvloed die zich gemiddeld één keer per jaar voordoet.

 

Wat is het verband tussen klimaatopwarming en fossiele energie?

We zetten de thermostaat van de aarde hoger als we de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer doen toenemen. De temperatuurstijging volgt met vertraging.

Waar komen die extra broeikasgassen vandaan? Bij de verbranding van fossiele brandstoffen (steenkool, olie, gas) komt onvermijdelijk het broeikasgas koolstofdioxide (CO2) vrij. CO2 is goed voor bijna 85 procent van de totale broeikasgasuitstoot in ons land.

In tegenstelling tot methaan, dat goed is voor 6,6 procent van de Belgische broeikasgasuitstoot, blijft CO2 zeer lang in de atmosfeer aanwezig en opwarming veroorzaken. De natuur doet er duizenden jaren over om extra CO2 weer volledig op te ruimen.

 

Wat kunnen we doen om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen?

We kunnen omschakelen van de fossiele naar duurzame energiebronnen. Het afscheid van steenkool, olie en gas wordt een stuk makkelijker als we minder energie verbruiken. Dat kan door een betere energie-efficiëntie.

Er zijn veranderingen nodig aan de energieproductie én aan de energieconsumptie.

Aan de productiezijde zien we die omschakeling volop gebeuren. Windturbines en zonnepanelen worden voortdurend efficiënter. Groene stroom uit wind en zon is veel goedkoper geworden.

In Vlaanderen met zijn verspreide bebouwing is het zoeken naar de ruimte die nodig is voor de plaatsing van voldoende windturbines. Hoe groter de windturbines, hoe efficiënter ze worden maar ook hoe verder ze uit elkaar moeten staan zodat de ene geen wind afvangt van de andere.

Aan de consumptiezijde kunnen we investeren in efficiëntere toestellen, in de energierenovatie van gebouwen en in de elektrificatie van vervoer.

 

Als de klimaatopwarming vooral een gevolg is van fossiel energiegebruik, waarom bevat de klimaatenquête dan ook vragen over de circulaire economie (in het deel voor bedrijven) en over voedselverspilling (in het deel voor gezinnen)?

Als de bedrijven producten maken met een langere levensduur dan gaat er minder energie naar het produceren van nieuwe producten. Als je voedsel weggooit dan doe je meer dan de afvalberg vergroten. Je gooit ook de energie weg die nodig was om het voedsel te telen, te bewerken, te vervoeren, te bewaren en eventueel klaar te maken.

Als we spreken over energie dan denken we meestal alleen aan de ‘directe energie’ die we bijvoorbeeld gebruiken om gebouwen te verwarmen of om auto te rijden. Maar er is ook ‘indirecte energie’ die als het ware verborgen zit in producten en zelfs in diensten.

 

De uitstoot van broeikasgassen moet wereldwijd lager. Hebben wij dan een rol te spelen?

Het maakt voor de klimaatopwarming geen verschil waar de broeikasgassen de atmosfeer ingaan. En uiteraard betekent de uitstoot van broeikasgassen in Damme en in de andere gemeenten in Noord-West-Vlaanderen niet zoveel. Zelfs de uitstoot van ons hele land is maar een peulschil als je het op wereldschaal bekijkt. Maar het klimaatakkoord dat 195 landen in 2015 sloten in Parijs gaat er terecht van uit dat iedereen een inspanning moet doen, en al zeker de rijkere landen zoals het onze. Wij stoten per hoofd van de bevolking veel uit én we kunnen genoeg investeren om het tij te keren.

Vooral Europa en Vlaanderen zetten bij ons de contouren uit van het klimaatbeleid, maar vele mooie voornemens moeten ter plaatse worden waargemaakt. Daarom is de medewerking van de gemeentebesturen, hun inwoners en bedrijven belangrijk. We kunnen daar ook ter plaatse meteen de vruchten van plukken. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt niet alleen broeikasgas vrij maar ook schadelijke stoffen zoals stikstofoxiden en fijn stof. Het afscheid van kolen, olie en gas zal daarom directe positieve gevolgen hebben voor onze gezondheid.

 

Heeft Damme al eens een klimaatplan opgemaakt?

Damme trad in 2015 toe tot het Burgemeestersconvenant 2020 en engageerde zich om de CO2-uitstoot op het grondgebied tegen 2020 te laten dalen met minstens 20 procent.

We maakten toen een eerste energieactieplan op samen met de andere gemeenten in Noord-West-Vlaanderen.

 

Wat zijn de verschillen tussen het oude energieactieplan en het nieuwe klimaatplan?

Met de ondertekening begin 2020 van het nieuwe Burgemeestersconvenant 2030 trokken we de doelstelling op. We willen de uitstoot met 40 procent verminderen in vergelijking met 2011.

In het nieuwe klimaatplan nemen we niet alleen acties op om de uitstoot te beperken, we nemen ook maatregelen om ons aan te passen aan de gevolgen van de opwarming.

 

Hoe wordt de CO2-uitstoot in de gemeenten berekend?

We namen de uitstoot in 2011 als vergelijkingspunt op in het eerste energieactieplan, opgemaakt na de ondertekening van het Burgemeestersconvenant 2020. De beoogde reductie van de uitstoot met 40 procent tegen 2030 zal ook worden gerekend vanaf het referentiejaar 2011. Daarbij laten we de energie-intensieve industrie en de elektriciteitssector buiten beschouwing. Zij vallen onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Het ETS zet sinds 2005 een voortdurend dalende bovengrens op het totaal aantal tonnen CO2 die de Europese energiesector en de industrie jaarlijks mogen uitstoten.

Voor alle duidelijkheid: de verhoopte reductie gaat niet over de CO2-uitstoot van onze inwoners en onze bedrijven maar wel over de uitstoot op ons grondgebied. Dit betekent bijvoorbeeld dat de uitstoot meetelt van auto’s die naar de kust rijden. Op die verkeersstroom hebben beslissingen van de gemeenten nauwelijks invloed. Meteen is ook duidelijk dat de opgetekende reducties vaak gebaseerd zijn op ramingen want we weten uiteraard niet exact hoeveel auto’s op ons grondgebied rijden noch hoeveel die uitstoten.

 

Heeft onze de regio doelstelling van het eerste energieactieplan gehaald?

De huishoudens, het particulier en commercieel vervoer en de tertiaire sector zijn in die volgorde de belangrijkste (niet ETS)bronnen van CO2 in Noord-West-Vlaanderen.

De uitstoot van de huishoudens daalde in Noord-West-Vlaanderen tussen 2011 en 2018 met 22 procent, de uitstoot van het particulier en commercieel vervoer daalde maar met 1 procent. De uitstoot van de tertiaire sector steeg zelfs met 2 procent.

Eigenlijk moesten we de helft van de nieuwe doelstelling 2030 (dus een reductie met 20 procent) al bereikt hebben in 2020. De cijfers voor 2020 kennen we nog niet, maar wellicht zal de uitstoot gedaald zijn door de Coronacrisis. Maar dat is een tijdelijke en geen structurele daling. We mogen ons dus alleen baseren op de meest recente CO2-inventaris van 2018. Daaruit bleek een daling van slechts 7 procent ten opzichte van het referentiejaar 2011. Dit maakt het na te streven doel tegen 2030 nog ambitieuzer.

 

Waarom zouden we de nieuwe doelstelling van 40 procent minder uitstoot tegen 2030 wel kunnen halen?

Het is uiteraard niet zo dat de gemeenten op eigen houtje de reductiedoelstelling kunnen bereiken. De Vlaamse, Belgische en Europese overheden nemen de belangrijkste maatregelen. Sommige al besliste maatregelen komen slechts nu op kruissnelheid. Zo zullen nieuwe woningen, aangevraagd vanaf 2021, bijna-energieneutraal zijn.

Er is nog meer op komst. De Europese leiders spraken op 11 december af om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 te verminderen met ten minstens 55 procent in vergelijking met 1990. Ons land zal zijn bestaande klimaatdoelstellingen moeten optrekken. Een belangrijke hefboom is het Europese geld dat de volgende jaren naar klimaatmaatregelen gaat.

 

Hoe kunnen we ook in Noord-West-Vlaanderen de reductiedoelstellingen halen?

De eerste lokale energieactieplannen in Noord-West-Vlaanderen bevatten vele kleine maatregelen. Die helpen in het beste geval een klein beetje. Wat kan wel het verschil maken? Vooral beslissingen over de bouw van nieuwe grote windturbines zullen bepalen of we de doelstelling van het nieuwe Burgemeestersconvenant halen in de gemeenten van Noord-West-Vlaanderen. Tot nu toe blijft onze regio achterop met windenergie hoewel het hier harder waait dan in het binnenland. Meer draagvlak voor windturbines komt niet vanzelf. Daar moet aan worden gewerkt.

Wil je weten hoever we staan? Je vindt cijfers over de lokale productie uit zon en wind op deze energiekaart.

 

Wat zijn de vooruitzichten buiten Europa?

De jongste tijd hebben niet alleen Europa maar ook andere belangrijke industrielanden zoals China, Japan, Zuid-Korea en het Verenigd Koninkrijk beloofd hun uitstoot tegen 2050 of 2060 te herleiden tot netto nul. De nieuwe Amerikaanse regering zou vlug het voorbeeld kunnen volgen. Netto nul betekent dat de resterende uitstoot gecompenseerd wordt door broeikasgassen uit de lucht te halen.

Politieke beloftes voor de verre toekomst zijn waard wat ze zijn. Wellicht kunnen we vooral hoop putten uit de onstuitbare opgang van hernieuwbare energie. Volgens een recent rapport van het gezaghebbende Internationaal Energieagentschap zijn windturbines op het land en zonnepanelen in de meeste landen nu al de goedkoopste manier om extra stroombehoeftes in te vullen. Dat maakt echt het verschil in een wereld waar bijna alles om geld draait.

 

Waarom blijven maatregelen om ons aan te passen aan het veranderende klimaat een noodzaak?

Zelfs met ambitieuze reductiedoelstellingen zal de klimaatopwarming verder toenemen. De opwarming wordt immers niet bepaald door de extra hoeveelheid broeikasgassen die de mens elk jaar uitstoot. De opwarming wordt wel bepaald door de concentratie broeikasgassen.

Zelfs als alle landen hun huidige beloftes over vermindering van de uitstoot nakomen, stevenen we af op een opwarming van meer dan 2°C tegen 2100 in vergelijking met het pre-industriële niveau.

Er liggen wel scenario’s voor om de natuur een handje te helpen en zelf CO2 uit de lucht te halen. Daar zijn verschillende technieken voor maar ze hebben elk hun problemen (mogelijke neveneffecten, hoge kostprijs, niet zeker dat ze op grote schaal toepasbaar zijn).

 

Het doel is dat we tegen 2050 klimaatneutraal worden. Waarom zijn de tussentijdse reductiedoelstellingen voor 2030 dan toch belangrijk?

Het is zeker nodig dat we al tegen 2030 de uitstoot voldoende terugdringen. Er is maar een beperkt ‘koolstofbudget’ over dat de wereld nog mag uitstoten om in de 21ste eeuw duidelijk onder de 2 graden opwarming te blijven zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs. Bovendien is een groot misverstand dat we verregaande maatregelen kunnen uitstellen tot betere technologie de aanpak makkelijker en nog goedkoper maakt. Het kost namelijk tijd voordat nieuwe maatregelen de uitstoot van broeikasgassen genoeg verminderen. Die tijd ontbreekt want we hebben te lang getalmd.

 

Waarom rekent de stad op haar inwoners en bedrijven om mee het klimaatplan uit te voeren?

De stad zou bijvoorbeeld fietsen kunnen aanmoedigen als alternatief voor autorijden. Enkele mogelijke maatregelen: investeren in goede fietspaden en fietsdoorsteken, fietsstraten inrichten, fietsstallingen en oplaadpunten voor e-fietsen plaatsen. Of misschien praktijklessen geven aan wie het fietsen niet goed onder de knie heeft? Of fluohesjes uitdelen in de scholen?

Bedrijven kunnen op de (fiets)kar springen met aangepaste maatregelen voor hun werknemers zoals veilige fietsstallingen of een premie voor wie naar het werk fietst.

Resultaat is er uiteindelijk alleen als onze inwoners echt op de fiets springen.

We geven met opzet een voorbeeld met maatregelen die niet alleen voor het klimaat maar ook, of misschien zelfs in de eerste plaats, genomen worden om de verkeersveiligheid te verbeteren. Er zijn nog veel andere maatregelen te verzinnen die niet alleen goed zijn voor het klimaat.

 
Nog tot 31 januari 2021 kan je hier de klimaatenquête invullen.
Gepubliceerd op donderdag 31 december 2020
klimaatplan 2030 bis

Openingsuren & contact

Milieu

adres
Vissersstraat 2A8340 Moerkerke (Damme)
Tel.
050 28 87 66
Nieuwsoverzicht

Deel deze pagina