naar top

Het ABC van de laadpalen

Elektrisch autorijden? ‘Nu nog niet want er zijn veel te weinig laadpalen’. Die uitspraak klinkt vast bekend in de oren. Maar is dat echt zo? En over welke soort laadpalen hebben we het dan eigenlijk?

De actieradius van de elektrische auto’s is geen probleem meer. De tijd is voorbij dat je alleen met een heel dure elektrische auto een behoorlijke afstand kon rijden tussen twee laadbeurten in. Er zijn nu al middenklassers te koop waarmee je in het echte verkeer tussen 250 (in de winter op de snelweg) en 400 kilometer (in de zomer op gewone wegen) ver mee rijdt.

Maar je moet een elektrische auto natuurlijk ook kunnen opladen. Thuis laden is makkelijk en kan goedkoop, maar je hebt in principe wel een garage of oprit nodig. Alleen voor een extra lange rit moet je dan terecht bij een publieke laadpaal bij je bestemming of onderweg. Als je niet thuis kan laden of eventueel op je werkplek dan moet je echter altijd laden aan een publiek toegankelijke laadpaal.

Volgens mediaberichten knelt daar het schoentje. Zo lezen we op de website van vrt nieuws dat ons land op dit ogenblik 8 500 laadpunten heeft en Nederland al 66 000 en er dus een flinke inhaalbeweging nodig is als er binnen enkele jaren veel meer elektrische (fiscaal gestimuleerde) bedrijfswagens op ons wegennet rijden. In Amsterdam alleen zouden er al bijna evenveel laadpalen staan als in heel Vlaanderen.

Deze cijfers vertellen echter niet de hele waarheid. Er zijn in Nederland namelijk veel meer elektrische auto’s dan bij ons. Logisch dus dat er meer laadpunten zijn. Bovendien maken deze cijfers geen onderscheid tussen de verschillende soorten laadpalen. Om dat onderscheid goed te begrijpen moet je weten dat het elektriciteitsnet wisselstroom levert en dat de batterij van de auto gelijkstroom opslaat. Ofwel is het de lader in de auto die de wisselstroom omzet in gelijkstroom (dat gaat relatief langzaam) ofwel is het de laadpaal die de wisselstroom omzet in gelijkstroom (dat kan veel sneller).

Aan welk vermogen en dus hoe snel je kan laden hangt altijd af én van de auto én van de laadpaal.

Welke laadpalen bestaan er?

We maken een onderscheid tussen ‘gewone’ laadpalen, snellaadpalen en ultrasnellaadpalen. Publieke laadpalen bevinden zich op openbaar domein en zijn 24/24 voor iedereen bereikbaar. Semipublieke laadpalen staan op privé-eigendom; iedereen kan er laden maar ze zijn misschien niet altijd bereikbaar. Bij sommige winkels kan je bijvoorbeeld alleen laden tijdens de openingsuren.

Gewone laadpalen

De overgrote meerderheid van vrij toegankelijke laadpalen zijn gewone laadpalen. Opladen duurt vrij lang, je gebruik deze laadpalen dus niet om onderweg naar je bestemming snel even bij te laden.  

Wie gewoonlijk thuis laadt, zal de ‘gewone’ laadpalen gebruiken om te laden op bestemming na een lange rit. De laadpalen staan vaak daar waar je iets doet terwijl de auto oplaadt, zoals winkelen, een concert bijwonen of sporten.

Aan dit type laadpaal zijn er zo goed als altijd twee identieke laadpunten. Er kunnen twee auto’s tegelijk opladen. Je laadt via een eigen kabel. Zo’n kabel krijg je met de auto meegeleverd, soms moet je daarvoor extra betalen.

De lader in de auto zet de wisselstroom om in gelijkstroom. Doorgaans bepaalt de lader van de auto de laadsnelheid omdat het vermogen van de lader in de meeste auto’s lager is dan het vermogen van de laadpaal. De batterij zal het snelst opladen als je auto driefasig laden ondersteunt. Als je een auto die wisselstroom over één fase laadt, koppelt aan een laadpunt dat driefasig 11 kW kan leveren, dan zal de auto aan niet meer dan 3,6 kW laden (11 gedeeld door 3).

Snellaadpalen

Hier is het de laadpaal die de wisselstroom omzet in gelijkstroom.

Snelladers zijn geschikt om onderweg bij te laden. Je vindt ze vooral langs autosnelwegen en in de buurt van op- en afritcomplexen. Je kunt er de meeste elektrische auto’s relatief snel opladen tot 70-80 procent van de capaciteit van de batterij. Boven 70-80 procent verloopt opladen geleidelijk langzamer. Je zet dan best je reis verder als de batterij voor ongeveer 80 procent vol is.

Aan de meeste snelladers hangen drie laadkabels met verschillende stekkers:

- gelijkstroom: CHAdeMO (50 kW) voor sommige Japanse wagens.

- gelijkstroom: Combo/CCS (50 kW) voor de meeste auto’s.

- wisselstroom (43 kW): voor elke auto bruikbaar maar alleen een ouder model van de Renault ZOE kan wisselstroom laden aan 43 kW.

Bij koud of erg warm weer kan de batterij minder snel laden dan je zou verwachten op basis van het vermogen van de snellader.

De CHAdeMO en CCS-stekkers kunnen niet tegelijk gebruikt worden. Gelijktijdig laden door enerzijds een auto die gebruik maakt van de CHAdeMO of CCS-stekker en een auto die gebruik maakt van de stekker voor wisselstroom is wel mogelijk.

Ultrasnelladers

Er zijn ultrasnelladers tot 150 kW of zelfs 350 kW, maar het is de auto die bepaalt tot hoeveel kW hij kan laden. Koppel je een auto die maximaal aan 50 kW gelijkstroom laadt aan een ultrasnellaadpaal van 350 kW zal hij natuurlijk nooit meer dan aan 50 kW laden.

Vooral recente elektrische modellen kunnen laden aan een hoger vermogen dan 50 kW. Voorlopig is geen enkele auto in staat om te laden aan 350 kW.

Hoeveel laadpalen of laadpunten zijn er in Vlaanderen?

Volgens het jongste jaarlijkse rapport van de Vlaamse overheid waren er eind vorig jaar in Vlaanderen 4 551 publiek toegankelijke laadpunten (van maximaal 22 kW). Verder waren er 111 snellaadpunten (vanaf 43 kW) en 22 ultrasnellaadpunten (vanaf 150 kW). Verwar het aantal laadpunten niet met het aantal laadpalen. Een gewone laadpaal heeft meestal twee laadpunten, een snellader heeft er vaak drie.

Het rapport geeft geen cijfers over het aantal locaties met (snel)laadpalen.

Zijn er genoeg laadpalen in Vlaanderen?

Een Europese richtlijn stelt één publiek laadpunt per tien elektrische wagens als doel voorop. In Vlaanderen is er één publiek laadpunt per 18 wagens (5 volledig elektrische auto’s en 13 stekkerhybrides). Stekkerhybrides zijn uiteraard minder afhankelijk van publieke laadpunten want ze gebruiken hun verbrandingsmotor als de batterij leeg is.

In verhouding tot het aantal elektrische auto’s zijn er in Vlaanderen genoeg ‘gewone’ publieke laadpalen. In Wallonië zijn er minder. Maar ook in Vlaanderen vind je nog geen laadpaal op loopafstand van elke bestemming. Dat betekent dat je voor verre ritten vaak afhankelijk bent van snelladers om onderweg bij te laden.

Een overzicht (april 2021) van de belangrijkste snellaadnetwerken in België lees je in dit artikel van De Autogids.

Er zijn weinig stekkerhybrides die gebruik kunnen maken van de CHAdeMO of CCS-stekkers. Stekkerhybrides zullen dus zelden de toegang tot een snellader versperren voor de bestuurders van volledig elektrische auto’s.

Waar blijven de beloofde laadpalen?

In maart 2016 besliste de Vlaamse regering dat alle Vlaamse gemeenten samen 2 500 publieke laadpalen zouden plaatsen voor eind 2020. Behalve Antwerpen, Leuven en Sint-Truiden deden alle Vlaamse gemeenten daarvoor beroep op hun netbeheerder (vroeger Eandis of Infrax, nu Fluvius). De plaatsing van de laadpalen werd in jaarlijkse opdrachten uitbesteed aan de firma Allego. De in 2017, 2018 en 2019 geplande laadpalen waren eind vorig jaar operationeel. Van het lot 2020 waren op het einde van het jaar slechts 104 van de 1 340 geplande laadpunten in werking. Het vastleggen van locaties in overleg met de gemeenten en met Allego verliep moeizaam. Bovendien bemoeilijkte Corona de uitrol in 2020. De opgelopen vertraging zou intussen zowat ingehaald moeten zijn. Elke Vlaamse gemeente heeft nu laadpalen van Allego. In onze stad zijn er drie: parkeerplaats Damme Oost aan de Oude Sluissedijk, Vissersstraat bij het Administratief Centrum in Moerkerke en Brouwerijstraat bij de zorgcampus in Sijsele.

Er is dus een goed gespreid basisnetwerk in Vlaanderen maar geen zekerheid dat al die laadpalen vaak gebruikt worden. In Vlaanderen loopt echter ook al jaren ‘paal volgt wagen’. Je kan bij  Fluvius  gratis een publieke laadpaal vragen in je buurt als je thuis je volledig elektrische auto niet kan laden en er binnen 500 meter geen publieke laadpaal is. Een groot succes is dat niet. In 2020 waren er 277 aanvragen, een sterke stijging in vergelijking met de jaren voordien. Slechts 46 van deze aanvragen voldeden aan de voorwaarden. De meeste aanvragen werden ingewilligd door een al geplande laadpaal vroeger te plaatsen. Slechts in enkele gevallen kwam er een extra laadpaal.

Ook via het project BENEFIC zijn er miljoenen euro’s beschikbaar voor onder meer investeringen in infrastructuur voor snellaadpalen langs het hoofdsnelwegennet. BENEFIC is een samenwerking tussen het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Nederland. Het wordt gefinancierd door Europa.

Twee oproepen in 2018 leverden 33 projecten op. Het gaat daarbij niet alleen over laadpalen maar bijvoorbeeld ook over walstroom voor schepen. Een overzicht van de geselecteerde projecten kan je vinden op www.benefic.eu/projecten . Eind vorig jaar was een tiental projecten beëindigd, vijf laadpaalprojecten werden vroegtijdig stopgezet. Wegens de vertragingen is de oorspronkelijke uitvoeringstermijn met twee jaar verlengd tot september 2022. In april 2021 was er een derde oproep voor laadpalen in Vlaanderen en Brussel.

De hobbelige weg naar meer laadpalen

Overheidssubsidies kunnen helpen maar uiteindelijk zijn laadpalen alleen rendabel voor de exploitanten als er genoeg elektrische auto’s komen laden. De grote toename van het aantal elektrische auto’s in Nederland heeft geleid tot veel meer openbare laadpunten. In 2018 had Nederland zo’n 37 000 publieke laadpunten, in 2021 staat de teller op ruim 66 000.

Nu onze federale regering midden mei 2021 beslist heeft dat vanaf 2026 alleen emissievrije nieuwe bedrijfswagens nog fiscaal aftrekbaar zijn, wordt het voor de uitbaters van laadpalen aantrekkelijker om ook in ons land te investeren.

Er komen voortdurend laadpalen bij en er worden er nog meer gepland om klaar te zijn voor nog veel meer elektrische auto’s. Dat bekijken we in een ander artikel.

 

Gepubliceerd op zaterdag 29 mei 2021
laadpaal Sijsele bis

Openingsuren & contact

Milieu

adres
Vissersstraat 2A8340 Moerkerke (Damme)
Tel.
050 28 87 66
Nieuwsoverzicht

Deel deze pagina