Stedelijke belasting op leegstand van gebouwen en woningen

Er bestaat een stedelijke en een Vlaamse heffing op leegstaande gebouwen en woningen. Informatie over de heffing van de Vlaamse overheid vindt u hier

De stad heft een belasting op gebouwen en woningen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het stedelijk leegstandsregister.

Voor wie

De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

Mede-eigendom

Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

Voorwaarden

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

Kostprijs

De belasting voor een leegstaand gebouw, een leegstaande woning en voor elke andere woongelegenheid bedraagt:

  • 1 000 euro voor het eerste jaar van de heffing;
  • 1 600 euro voor het tweede jaar van de heffing;
  • 2 200 euro voor het derde jaar van de heffing;
  • maximum 2 800 euro voor de vierde en volgende heffingen.

Afhandeling

De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzendingsdatum van het aanslagbiljet.

Bezwaar

De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Uitzonderingen

Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die eigenaar is van één enkele woning, bij uitsluiting van enige andere woning met dien verstande dat deze vrijstelling maar geldt gedurende 1 aanslagjaar.
  2. de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt voor 4 aanslagjaren.
  3. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing met dien verstande dat deze vrijstelling maar geldt gedurende 1 aanslagjaar.
  4. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten van:
    • vennootschappen waarin de vroeger zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert, 
    • VZW’s waar de zakelijk gerechtigde lid van is, 
    • bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht bij erfopvolging of testament.

Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning :

  1. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
  2. geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
  3. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 3 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  4. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot 1 jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod;
  5. effectief gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 3 aanslagjaren. Deze termijn wordt verminderd met 1 jaar indien een vrijstelling werd verleend in toepassing van art. 11§6. Deze vrijstelling kan slechts eenmaal ingeroepen worden;
  6. het voorwerp uitmaakt van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor renovatiewerken, afgeleverd in de loop van het jaar voorafgaand aan de dag waarop de belasting volgens art. 8§2 voor het eerst verschuldigd is maar de renovatiewerken nog niet effectief werden aangevangen de dag waarop de belasting voor het eerst verschuldigd zou zijn. Deze vrijstelling kan slechts één maal ingeroepen worden;
  7. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode;
  8. wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht, dit wil zeggen te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand.

Openingsuren & contact

Omgeving (Grondgebiedszaken)

adres
Vissersstraat 2A8340 Moerkerke (Damme)
Tel.
050 28 87 68

Deel deze pagina